Stichting het geslacht Van Rhijn
Magdalena Adriana van Rhijn
in
Genealogie van Michiel N.N. van Rijn.

Magdalena Adriana van Rhijn, geb. op 3 mrt 1821 Hazerswoude, ovl. (52 jaar oud) op 9 apr 1873 Hazerswoude.

tr. (resp. 24 en 23 jaar oud) op 6 feb 1846 Hazerswoude, (gesch.)
met

Cornelis Leonardus van Abshoven, zn. van Teunis van Abshoven en Marytje Hogervorst, geb. op 4 sep 1822 Voorburg, bakker, ovl. (75 jaar oud) op 6 jan 1898 's-Gravenhage


Cornelis Leonardus van Abshoven
in
Genealogie van Michiel N.N. van Rijn.

Cornelis Leonardus van Abshoven, geb. op 4 sep 1822 Voorburg, bakker, ovl. (75 jaar oud) op 6 jan 1898 's-Gravenhage.

tr. (resp. 23 en 24 jaar oud) op 6 feb 1846 Hazerswoude, (gesch.)
met

Magdalena Adriana van Rhijn, dr. van Joannes van Rhijn en Marijtje Reijneveld, geb. op 3 mrt 1821 Hazerswoude, ovl. (52 jaar oud) op 9 apr 1873 Hazerswoude


Teunis van Abshoven
Teunis van Abshoven.

tr.
met

Marytje Hogervorst.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1822 Voorburg †1898 's-Gravenhage 75


Marytje Hogervorst
Marytje Hogervorst.

tr.
met

Teunis van Abshoven.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1822 Voorburg †1898 's-Gravenhage 75


Petronella Clasina van Eeghen
 
Petronella Clasina (Nel) van Eeghen, geb. op 1 mrt 1870 Amsterdam, woonde Rio Grandelaan 22 Overveen, Duinhoeve, Midden Duinendaalseweg Bloemendaal, 228, ovl. (84 jaar oud) op 7 jul 1954 30 12 11 deze akte is niet te vinden in genver.nl Overveen.

  • Vader:
    Anne Willem van Eeghen (R.N.L.), zn. van Pieter van Eeghen (R.N.L.) en Anna Cecilia Huidekoper, geb. op 7 jun 1827 Amsterdam, lid fa Cramerus & Co. te Amsterdam lid Prov. St. van N.-Holland 1865-1892, lid Kamer van Kooph. 1875-1888, woonde amstel 344 Amsterdam, ovl. (65 jaar oud) op 13 nov 1892 Amsterdam, tr. (resp. 22 en 19 jaar oud) op 6 jun 1850 Amsterdam.
 
  • Moeder:
    Johanna Louisa den Tex, dr. van Cornelis Anne den Tex en Petronella Clazina Bondt, geb. op 10 dec 1830 Amsterdam, ovl. (73 jaar oud) op 26 apr 1904 Amsterdam.
 

tr. (resp. 21 en 28 jaar oud) op 21 jan 1892 Amsterdam
met

Jacob Cornelis (Jaap) Wolterbeek, zn. van Mr. Willem Pieter Wolterbeek en Maria Elisabeth van Marken, geb. op 27 mei 1863 Middelburg, makelaar in tabak, lid der firma P. de Vries Zoon te Amsterdam, woonde Duinhoeve, Midden Duinendaalseweg Bloemendaal, 228 staat vermeld in telefoongids 1915 telefoonnummer 228, woonde Jac. P. Thijsselaan 2 Bloemendaal, ovl. (76 jaar oud) op 15 jul 1939 27 12 11: deze akte in in genver.nl niet terug te vinden ook niet in Amsterdam of Haarlem Bloemendaal,
, Periode 1880 - 1900 | Association (Jaap Wolterbeek 1863 - 1939)
Enige jaren na de oprichting van de Engelse voetbalbond in 1863 waaide het voetbalspel over naar Nederland. Tot ongeveer 1900 werd dit nieuwe spel 'association football' genoemd, meestal afgekort als 'association'. De letterlijke vertaling is vereniging, maar van samenspel was tot vóór de komst van het clubvoetbal in Nederland nauwelijks sprake. Association werd beoefend door jongens uit de betere klasse, die er plezier in hadden tegen een bal te trappen en erachteraan te rennen. Er waren weinig regels en bij een groot aantal deelnemers werden eenvoudig de palen achteruit gezet. De eerste berichten over association in Nederland komen uit Enschede. Engelse monteurs waren na de grote stadsbrand van 1862 opgeroepen voor de wederopbouw van de textielindustrie en introduceerden het spel in 1863. Het clubvoetbal in Nederland ontwikkelde zich pas veel later. Het vroegste bewijs hiervan vinden we in het najaar van 1880, toen de Amsterdamse footballclub Sport werd opgericht die bestond uit spelers van rugbyclub R.U.N. en de cricketteams van B.A.T. en Strong. Verschillende bronnen meldden dat Sport reeds in 1880 association speelde. Bij voetbalclub Sport voetbalden voornamelijk Engelse jongens die hun brood verdienden bij de firma Imperial Continental Gas-association, een Engelse onderneming die zorg droeg voor het lichtgas in Nederlandse steden. Willem Mulier, de pionier van het vaderlandse voetbal, herinnerde zich in 1894 dat de heer Spiller de captain was van Sport: "..de overige leden van het XI waren: G. Lowray, de 2 heeren May, Whichcord, Evant, Robbins, Easton, Quill, Nobbe en Wolterbeek, op een na allen Engelschen." Als Sport de oudste voetbalvereniging van Nederland is, dan zou de hier genoemde Wolterbeek de allereerste clubspeler van Nederland kunnen zijn.
Jacob Cornelis (Jaap) Wolterbeek werd geboren op 27 mei 1863 in Middelburg. Zijn vader was gasfabrikant te Amsterdam, die diverse gasfirma's oprichtte onder de naam Wolterbeek & Co. Namens de Britse Imperial Continental Gas-Association deed Mr. W.P. Wolterbeek in 1879 bij de gemeenteraad van Amsterdam een verzoek tot oprichting van een gemeentelijke lichtfabriek. Uiteindelijk verrees in 1883 de Westergasfabriek aan de toenmalige Haarlemmertrekvaart.
Jaap Wolterbeek mocht vermoedelijk meedoen bij footballclub Sport, omdat zijn vader bemiddelde voor het Britse gasbedrijf. Maar hij was niet de enige Nederlander die daar wel eens voetbalde. Willem Mulier: "Ik speelde een paar malen voor propaganda te Amsterdam mede (want sinds '83 dacht ik reeds aan een bond), maar het duurde toch nog tot 1886, alvorens wij de eerste match hadden in den Koekamp. Twee dagen te voren waren wij al in spanning, want er deden niets dan groote Engelschen mede, aldus luidden de berichten." Die Engelse jongens waren een paar koppen groter, omdat zij ouder waren dan de spelers van H.F.C. Zo was Jaap Wolterbeek 23 jaar, terwijl de meeste H.F.C.'ers in 1886 nog adolescenten waren van onder de twintig. Deze eerste voetbalwedstrijd op Nederlands grondgebied tussen beide verenigingen werd mogelijk door de korte reisafstand. De ANWB routeplanner geeft aan dat de fietsafstand tussen het Haarlemse H.F.C. (Houtplein) en het Amsterdamse Sport (Polonceaukade) 16,9 kilometer bedraagt. De eerste vriendschappelijke ontmoeting tussen de twee teams was in 1886 op het terrein van de Koekamp in Haarlem. Mulier berichtte hierover: "We verloren met 5 - 3. De return had plaats in het Vondelpark op een hard bevroren grond in de sneeuw en wel op 25 december 1886. De uitslag is mij ontgaan." In het dagblad 'Het nieuws van de dag' van 21 december 1886 is terug te lezen dat deze wedstrijd eindigde in een 3 - 0 overwinning voor Sport en dat deze niet op 1e kerstdag werd gespeeld, maar de zondag daarvoor.
Is Jaap Wolterbeek nu de oudste clubspeler van Nederland? Voorzichtigheid is geboden, want Sport begon al met association in 1880 en de naam Wolterbeek komen we pas voor het eerst tegen in de voetbalmatch van 1886. De teamformaties lagen nog niet vast en spelers voetbalden in die tijd over en weer bij elkaar. Zo had H.F.C.'er Mulier bij Sport al enkele keren meegespeeld om een competitie op te zetten en zien we in de return in het Vondelpark opeens nog drie Nederlanders opduiken: "Voor Sport speelde toen Frans Waller, Sillem en van Oostveen.." (Gedenkboek H.F.C. 1919, p. 12) Onduidelijk is wanneer de voetbalcarrière van Jaap Wolterbeek bij Sport begon. In ieder geval eindigde deze rond 1887, want volgens Mulier ging het Amsterdamse Sport omstreeks deze tijd in de doodslaap. Footballclub Sport verdween van het toneel, maar association zou blijven en een vlucht nemen die niemand destijds had kunnen of durven voorspellen. Jaap Wolterbeek deed in die eerste voetbalwedstrijd in 1886 als enige Nederlander mee bij de oudste voetbalvereniging van Nederland en daarvoor verdient hij een plek in de eregalerij van Nederlandse voetballers.
Bron: http://www.voetballegends.nl/voetbalwoorden.php?id=2.

 

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mien*1892 Amsterdam †1971 Amersfoort 78
Willem*1893 Amsterdam †1943 Antjol [Indonesië] 49
Anna*1895 Amsterdam †1989 Utrecht 93
Johan*1897 Bloemendaal    
Jaap*1900 Bloemendaal †1985  84
Nel*1903 Bloemendaal †1960  57


Dossier:

Anne Willem van Eeghen
 
Anne Willem van Eeghen (R.N.L.), geb. op 7 jun 1827 Amsterdam, lid fa Cramerus & Co. te Amsterdam lid Prov. St. van N.-Holland 1865-1892, lid Kamer van Kooph. 1875-1888, woonde amstel 344 Amsterdam, ovl. (65 jaar oud) op 13 nov 1892 Amsterdam.

  • Vader:
    Pieter van Eeghen (R.N.L.), zn. van Christiaan van Eeghen en Catharina Fock, geb. op 23 jan 1794 Amsterdam, lid fa. Hartsen & van Eeghen later lid fa. van Eeghen & Co (1819-1847), lid Prov. St. van N.-Holland, woonde Pietersberg, Oosterbeek, ovl. (53 jaar oud) op 16 feb 1847 Amsterdam, tr. (beiden 21 jaar oud) (1) op 17 jan 1816 Amsterdam, (ontb. door overlijden op 15 feb 1820) Maria Rahusen, dr. van Herman Rahusen en Sara de Clercq, geb. op 28 sep 1794 Amsterdam, ovl. (22 jaar oud) op 30 nov 1816 Amsterdam, tr. (resp. 26 en 19 jaar oud) (2) op 15 feb 1820 Amsterdam.
 
  • Moeder:
    Anna Cecilia Huidekoper, dr. van Jan Huidekoper R.N.L. en Geertruy Margaretha Stinstra, geb. op 28 feb 1800 Amsterdam, ovl. (60 jaar oud) op 19 jun 1860 Oosterbeek heerlijkheid Pietersberg, begr. begr. Amsterdam Nieuwe Kerk,
    , 01 01 2012: in oosterbeek zijn geen ove4rlijdensakten bekend uit 1860.
 

tr. (resp. 22 en 19 jaar oud) op 6 jun 1850 Amsterdam
met

Johanna Louisa den Tex, dr. van Cornelis Anne den Tex en Petronella Clazina Bondt, geb. op 10 dec 1830 Amsterdam, ovl. (73 jaar oud) op 26 apr 1904 Amsterdam.

 

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1854 Amsterdam †1932 Ede 77
Anne*1860 Amsterdam †1938 Ede 77
Johanna*1865 Doorn †1957 Amsterdam 92
Jacoba*1868 Doorn †1945 Bilthoven 77
Nel*1870 Amsterdam †1954 Overveen 84


Dossier:

Johanna Louisa den Tex
 
Johanna Louisa den Tex, geb. op 10 dec 1830 Amsterdam, ovl. (73 jaar oud) op 26 apr 1904 Amsterdam.

  • Vader:
    Cornelis Anne den Tex, zn. van Cornelis den Tex en Jacoba Arnolda Tusselman, geb. op 30 aug 1795 Tilburg, ged. op 6 sep 1795, hoogleraar, professor rechten, ovl. (58 jaar oud) op 9 apr 1854 Amsterdam, tr. (resp. minstens 52 en minstens 43 jaar oud) (2) na 18 feb 1848 Adriana Catharina Angela Weerts, geb. in 1805, ovl. (ongeveer 76 jaar oud) op 11 apr 1881 Arnhem, tr. (resp. 27 en 18 jaar oud) (1) op 30 aug 1822 Amsterdam, 30 12 11 akte niet gevonden via genver.nl 11 11 12 idem.
 

tr. (resp. 19 en 22 jaar oud) op 6 jun 1850 Amsterdam
met

Anne Willem van Eeghen (R.N.L.), zn. van Pieter van Eeghen (R.N.L.) en Anna Cecilia Huidekoper, geb. op 7 jun 1827 Amsterdam, lid fa Cramerus & Co. te Amsterdam lid Prov. St. van N.-Holland 1865-1892, lid Kamer van Kooph. 1875-1888, woonde amstel 344 Amsterdam, ovl. (65 jaar oud) op 13 nov 1892 Amsterdam.

 

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1854 Amsterdam †1932 Ede 77
Anne*1860 Amsterdam †1938 Ede 77
Johanna*1865 Doorn †1957 Amsterdam 92
Jacoba*1868 Doorn †1945 Bilthoven 77
Nel*1870 Amsterdam †1954 Overveen 84


Dossier:

Willem Pieter Wolterbeek
 
Mr. Willem Pieter Wolterbeek, geb. op 13 okt 1832 Amsterdam, industrieel, ambtenaar, woonde Florastraat 11 Haarlem, 443, gasfabrikant firma Wolterbeek, van Baggen & Co te Amsterdam locatie van de Gasfabriek in Tilburg, Schoolstraat Tilburg, locatie van de Gasfabriek in Tilburg, Schoolstraat Tilburg, Locatie van de gasfabriek Nijkerk gasfabriek Nijkerk,, Locatie gasfabriek Elburg Elburg, Locatie hotel Schoonoord Schoonoord, Oosterbeek, ovl. (76 jaar oud) op 4 jul 1909 Haarlem,
, bron: http://www.heemkunderenkum.nl/mensen/willem-pieter-wolterbeek-1832-1909/
Op 1 november 1866 verkoopt Taets van Amerongen “Schoonoord” aan de Amsterdamse
firma Wolterbeek & Co voor een bedrag van Fl. 27225. Het zou het begin markeren van een
Afb.6: Links, Jan Joost Carel, Baron Taets van Amerongen tot Woudenberg (1823-1895),
Commandant van het Regiment Rijdende Artillerie (bron: Collectie Antiquariaat FORUM BV, ’t
Goy-Houten). Rechts, kadasterkaart uit 1864 met rechtsonder “Schoonoord” op de kruising van
de Utrechtseweg en de huidige Pietersbergseweg. Het terrein van “Schoonoord” liep helemaal
door tot aan de huidige Annastraat en vandaar verder omhoog. Linksboven tegen de
perceelsgrens aan de door Van der Crab gebouwde ronde koepel (bron: Gelders Archief,
Arnhem, toegangsnr 0655, inventarisnr 2166).
9
onrustig jaar. Voor de aankoop werd getekend door Willem Pieter Wolterbeek, mede-firmant
in de vennootschap. Deze Willem Pieter Wolterbeek heeft een zeer intrigerende rol gespeeld
in de geschiedenis van “Schoonoord”. De familie Wolterbeek had al een langere traditie in
Oosterbeek, en was daar zeer gezien getuige ook de aanwezigheid van een Wolterbeeklaan
aan de westkant van het dorp. De eerste Wolterbeek in Oosterbeek was Dirk Jacob, die van
1820 tot 1827 predikant was in de Oude Kerk. Zijn halfbroer, Robert Daniël Wolterbeek,
koopt in 1845 het terrein van de “Koude Herberg” aan de zuidkant van de Utrechtseweg en
bouwt daar de villa “Valkenburg”. De herberg wordt schuin daar tegenover herbouwd aan de
noordzijde van de Utrechtseweg.
Robert Daniël Wolterbeek werd in 1801 in Amsterdam geboren. Hij was een veelzijdig man,
die vooral bekend is geworden als directeur (1858-1868) en later commissaris (1872-1882)
van de Nederlandsche Bank. Daarnaast was hij chef van het handelshuis Daniël Crommelin &
Zoonen te Amsterdam, lid van de Kamer van Koophandel aldaar, lid van de gemeenteraad
van Amsterdam en van de provinciale staten van Noord-Holland. Ook was hij regent van het
gasthuis te Amsterdam en lid van het College van Toezicht op de Hortus Botanicus. Later was
hij ook lid van de provinciale staten van Gelderland. In 1829 trouwt Robert Daniël in
Amsterdam met de in 1802 geboren Henriëtta Maria Anna Meijer. Zij kregen zes kinderen,
waaronder zoon Willem Pieter (1832) en dochter Anna Henriëtta (1834). Deze laatste zou in
Oosterbeek uitgroeien tot een bekende schilderes van landschappen, stillevens en bloemen.
Ondanks zijn drukke activiteiten in Amsterdam probeert Robert Daniël zoveel mogelijk in
Oosterbeek bij zijn gezin te vertoeven. Over Oosterbeek zou hij later schrijven: “Valkenburg
werd door mij in 1845 gekocht en aangelegd. Het is op dat bevallige plekje, in die heerlijke
omgeving, dat ik met mijn geliefde Echtgenoote en onze kinderen, gedurende vele Jaren, door
Gods groote Goedheid, in Zijne altoos zoo vriendelijke natuur, het ruimste en edelste
levensgenot mogt smaken”
15). Dit alles gaat goed, tot in 1866 voor hem een annus horribilis
aanbreekt.
In augustus van dat jaar overlijdt zijn vrouw Henriëtta op 63-jarige leeftijd. Zij wordt
begraven op het achterste gedeelte van de Algemene Begraafplaats aan de Fangmanweg in
een omheind familiegraf. Bij het graf wordt het woord gevoerd door de hoogleraar F.J.
Domela Nieuwenhuis, de Lutherse dominee A.J. Schröder en de Oosterbeekse predikant W.
Zegers. Robert Daniël is overmand door verdriet, en laat vastleggen dat er bij haar graf witte
rozen (Rosa Aimée Vibert16)) op halfstam moeten worden geplant. Als Sipman in 1881 de
Algemene Begraafplaats bezoekt, blijkt uit zijn sfeervolle beschrijving dat er inderdaad rozen
bij het graf staan17). Henriëtta was een vrome vrouw, die bij gelegenheden godvruchtige
gedichten schreef. Een paar jaar na haar dood geeft Robert Daniël deze gedichten uit in een
boekje, aangevuld met de toespraken die bij haar graf zijn uitgesproken18). Robert Daniël is
nog niet bekomen van dit grote verlies, als zijn zoon Willem Pieter hem in oktober komt
melden dat hij “Schoonoord” heeft gekocht. De dood van zijn vrouw en de gebeurtenissen die
zich in de loop van 1867 ontwikkelen, grijpen Robert Daniël zo aan dat hij zich in 1868 niet
herkiesbaar stelt als direkteur van de Nederlandsche Bank wegens gezondheidsklachten en
familie-omstandigheden die zijn verblijf elders vereisen.
Willem Pieter Wolterbeek werd in 1832 in Amsterdam geboren. Zoals veel zonen uit de
betere kringen kreeg hij zijn opleiding aan de kostschool “Instituut Noorthey” in Veur
(huidige Leidschendam). Zelf refereert hij later aan deze periode als “een tijd waarin hij zich
gelukkig heeft gevoeld”. Hij studeerde Rechten in Leiden, Amsterdam en Utrecht, waarna hij
zijn studie afsloot met een dissertatie over een economisch onderwerp: “Geschiedkundige
Studiën over Kapitaalverdeeling. Eene staathuishoudkundige proeve, Utrecht 1857”. Hij
trouwde in 1859 met de 21-jarige Utrechtse domineesdochter Maria Elisabeth van Marken,
met wie hij zes kinderen kreeg. Na zijn promotie vestigde Willem Pieter zich als gasfabrikant
te Amsterdam, waar hij diverse gasfirma’s oprichtte samen met zijn vennoot Nicolaas Jan
Pook van Baggen onder de naam Wolterbeek van Baggen & Co. Particuliere gaswinning ten
behoeve van straat- en huisverlichting was in de periode van 1840-1870 booming business; in
de jaren daarna werden de meeste gasfabrieken echter door de gemeenten overgenomen. In
1858 kreeg hij de concessie van de gasfabriek in Tilburg in zijn bezit. Aan dit laatste herinnert
nog de Wolterbeekstraat aan de noordrand van deze stad. In 1862 volgde de concessie in
Middelburg en in 1863 die in Tholen. In 1866 liepen de zaken echter uit de hand, wat
uiteindelijk desastreus voor Willem Pieter zou uitpakken.
Wolterbeek & Co was een vastgoedfirma die twee dagen voor de aankoop van “Schoonoord”
was opgericht door Willem Pieter Wolterbeek en Hendrik Adrianus Kampers, van beroep
architect maar tevens gasfabrikant, woonachtig te Middelburg. Behalve “Schoonoord” was
ook een eerder in 1866 door hen beiden aangekocht perceel grond in Tilburg in de
vastgoedfirma ondergebracht. In datzelfde jaar besloot de gemeente Nijkerk tot oprichting van
een gasfabriek en schreef daartoe een aanbesteding uit. De enige inschrijver was Willem
Pieter Wolterbeek en de bouw en exploitatie werden hem dan ook gegund. De overeenkomst
met de gemeente werd eind augustus gesloten, waarbij vader Robert Daniël en Kampers zich
als borg hoofdelijk aansprakelijk stelden tot de ingebruikname van de fabriek. Daarna moest
de aannemer (i.e. Willem Pieter) de gemeente recht van eerste hypotheek verlenen voor een
bedrag van Fl. 10000. De bouw van de fabriek werd uitgevoerd door de firma Wolterbeek &
Co. Het ziet er echter naar uit dat de kosten hierbij danig uit de hand zijn gelopen. Niet alleen
was de gemeente erg veeleisend, maar tot overmaat van ramp bleek er als gevolg van de hoge
waterstanden in de uiterwaarden een tijd lang geen klei voor de stenen te kunnen worden
afgegraven. Dit zorgde voor een vertraagde oplevering, waardoor Willem Pieter zelfs een
tijdlang voor petroleum-verlichting van de straten moest zorgen, waarbij hij tevens de
lantaarnopsteker in dienst moest nemen. Op 18 september 1867 werd de gasfabriek
uiteindelijk opgeleverd, hetgeen door de Nijkerkse bevolking groots werd gevierd19). En alsof
Willem Pieter al niet genoeg hooi op de vork had genomen, had hij samen met Kampers eind
1866 ook nog de N.V. “Elburgsche Gasfabriek” opgericht.
Het is niet duidelijk waarom Willem Pieter in 1866 zijn oog op “Schoonoord” heeft laten
vallen. Mogelijk heeft zijn vader hem er op geattendeerd dat Taets van Amerongen het huis
wilde verkopen. Hoe dan ook, als ondernemer ziet hij goede mogelijkheden om het gebouw
als hotel te exploiteren. Wolterbeek & Co investeert fors in “Schoonoord”: het huis wordt
grondig verbouwd en tot hotel (garni) ingericht, met maar liefst 13 bovenkamers, van alle
toenmalige gemakken (stookplaatsen, meubilair, linnengoed, etc.) voorzien en klaar om
gasten te ontvangen. Tot exploitatie van het hotel door Wolterbeek & Co is het echter nooit
gekomen.
Wat er precies is misgegaan, is niet geheel duidelijk. Het lijkt er op dat de firma Wolterbeek
& Co niet over voldoende kapitaal beschikte om zowel de bouw van de Nijkerksche
Gasfabriek als de investeringen in “Schoonoord” te financieren20). Bovendien heeft Willem
Afb.8: Links, Willem Pieter Wolterbeek (1832-1909); Rechts, Maria Elisabeth van Marken (1838-
1916). Bron: fotocollectie G.J. van Rhijn.
12
Pieter mogelijk zijn mede-gerent (bestuurder) Kampers en de commanditaire vennoten -
waaronder Kneppelhout en de Amsterdamse burgemeester Den Tex- hiervan niet bijtijds op
de hoogte gesteld, waartoe hij volgens de statuten wel verplicht was. Plotseling dreigde er een
faillissement voor Wolterbeek & Co. Hierdoor bracht Willem Pieter overigens niet alleen
zichzelf in ernstige problemen, maar ook Kampers, aangezien beiden hoofdelijk aansprakelijk
waren. Illustratief in dit verband is wellicht dat Kampers een dag voor de oplevering van de
Nijkerksche Gasfabriek bij de Credietmaatschappij in Amsterdam een persoonlijke lening van
maar liefst Fl. 30000 afsluit, waarvoor Pook van Baggen borg staat
Ook zijn er aanwijzingen
dat vader Robert Daniël financieel te hulp is geschoten. Een faillissement van Wolterbeek &
Co, of zelfs al een rechterlijk geding, zou voor de familie, laat staan voor hem als
bankdirecteur, ernstig gezichtsverlies betekenen. Vandaar dat er op 9 november 1867 door de
gerenten van Wolterbeek & Co en de firma’s Wolterbeek van Baggen & Co een minnelijke
schikking wordt getroffen. Willem Pieter staat daarbij echter geheel buiten spel. Hij had op 16
oktober voor een periode van 11 maanden al zijn bevoegdheden, zowel privé als zakelijk met
betrekking tot alle firma’s waarin hij zeggenschap had, aan zijn vader Robert Daniël
gedelegeerd. De schikking wordt aangegaan door Robert Daniël, Pook van Baggen en
Kampers. Willem Pieter is hier niet bij aanwezig, want op straffe van ontslag als mede-gerent
mag hij zich voorlopig nergens meer mee bemoeien.
Al een dag voor de schikking hadden Robert Daniël en Kampers de Arnhemse notarisklerk
Gerrit Jan Arnoldus Kok gemachtigd om als hun zaakgelastigde “in het openbaar of uit de
hand” het buitengoed “Schoonoord” te verkopen voor een prijs die deze als “geraden zal
oordelen”. Een directe koper bleek echter niet voorhanden en dus werd het goed op 27
november 1867 geveild. De inboedel, inclusief al het linnengoed van het hotel, was overigens
al op 7 november via een aparte veiling verkocht voor een bedrag van Fl. 5769,60.
Uiteindelijk werd “Schoonoord” in zijn geheel verkocht aan de hoogste bieder, Hendrik
Bernhard Wentink, eigenaar van Pension “Vredelust” in de Middachtersteeg. Het
verkoopbedrag van Fl. 16181 was een koopje vergeleken met de aankoopprijs van een jaar
daarvoor, te weten Fl. 27225.
In 1868 en 1869 werden de Tilburgse bezittingen van Wolterbeek & Co verkocht21), en in
december 1869 werd de firma geliquideerd. Willem Pieter treedt in 1869 en 1870 bij de
firma’s Wolterbeek van Baggen & Co af als gerent, maar blijft wel commanditair vennoot.
Hij verhuist eind 1867 met zijn gezin naar Bloemendaal, mogelijk omdat hij in Amsterdamse
kringen niet meer welkom was. In de daarop volgende jaren kreeg hij psychische problemen
en uiteindelijk overleed hij in 1909 in Haarlem. Zijn vader Robert Daniël, die in 1883 was
overleden, had “Valkenburg” aan zijn ongehuwde dochter, de schilderes Anna Henriëtta,
gelegateerd. Zij bewoonde het huis van 1880 tot aan haar dood in 1905. “Valkenburg” kwam
vervolgens in bezit van haar neef, de in 1869 in Nederlands Indië geboren Dirk Jacob
Wolterbeek. Anna Henriëtta had al haar onroerend goed –naast “Valkenburg” onder andere
ook de “Koude Herberg”- aan hem vermaakt. Deze Dirk Jacob en zijn anderhalf jaar oudere
zus Petronella Anna Henriëtta Maria woonden al sinds hun vroege jeugd op “Valkenburg”22)
Dirk Jacob was econoom en gehuwd met zijn volle nicht Maria Elisabeth, een van Willem
Pieters dochters. Zij waren de laatste Wolterbeken die op “Valkenburg” hebben gewoond. In
1923 werd het huis verkocht en begin zeventiger jaren werd de villa gesloopt. Een
plafondversiering uit dit huis heeft de sloop overleefd, en is te zien in het Oude Raadhuis van
Rhenen. De meeste Wolterbeken die in Oosterbeek hebben gewoond, liggen begraven in het
familiegraf op de Algemene Begraafplaats aan de Fangmanweg.
Hotel Schoonoord
De geschiedenis van “Schoonoord” als Grand Hotel is reeds elders beschreven23). Het moge
duidelijk zijn dat Wentink door het verbouwingswerk van Willem Pieter Wolterbeek in een
gespreid bedje terecht kwam. Immers, “Schoonoord” was al volledig ingericht als het hotel
dat het in de daaropvolgende 75 jaar zou blijven. In maart 1868 verhuist Wentink met zijn
gezin naar Oosterbeek. Hij heeft de zaken snel op orde. Al in juni ontvangt hij op
“Schoonoord” zijn eerste (36!) gasten, waaronder het echtpaar Van Lennep, die hij het jaar
daarvoor nog ontvangen had in zijn pension aan de Middachtersteeg. Wentink voerde in de
jaren tachtig nog enkele verbouwingen door, waardoor het hotel wat groter en luxueuzer
werd. Ook verkocht hij diverse stukken grond als kavels voor huizenbouw, onder andere langs
de Utrechtseweg en de Annastraat. Als “Schoonoord” in 1895 voor Fl. 40000 aan Theodoor
Janssen wordt verkocht, beslaat het terrein nog maar een oppervlakte van 6937 m2
, tegenover
een omvang van 18569 m2
bij de aankoop in 1867. Theodoor Janssen breidt “Schoonoord”
sterk uit met grote uitbouwen aan beide zijden: de gouden tijd van hotel “Schoonoord” is
aangebroken, een periode die abrupt zou eindigen in september 1944.

  • Vader:
    Robert Daniel Wolterbeek, zn. van Ds. Johannes Lenart Wolterbeek en Elisabeth Maria Crommelin, geb. op 30 mrt 1801 Amsterdam, ged. NH op 17 apr 1801 Amsterdam Westerkerk, chef der firma Daniel Crommelin & Zoonen te Amsterdam lid Kamer van Koophandel te Amsterdam, lid van den gemeenteraad van Amsterdam 1854, der prov. staten van N.-Holland, later van die van Gelderland, regent Gasthuis te Amsterdam 1856-58, dir, later commissaris der Nederl.Bank enz, ovl. (82 jaar oud) op 27 apr 1883 Oosterbeek huis Valkenburg, Oosterbeek (h. Valkenburg),
    , 3012 11 oosterbeek 1883 akten ontbreken bij genver.nl, bron: http://www.heemkunderenkum.nl/mensen/robert-daniel-wolterbeek-1801-1883/
    Robert Daniel Wolterbeek
    Door Heemkunde Renkum op 4 juli 2014
    Robert Daniel Wolterbeek was bankier en is gedurende 10 jaar (1858-1868) directeur van de Nederlandsche Bank geweest. Hij werd in 1801 geboren in Amsterdam. Hij was lid van de gemeenteraad van Amsterdam en ook van de provinciale staten van Noord-Holland. Later werd hij lid van de provinciale staten van Gelderland. In 1829 trouwt hij met de in 1802 geboren Henrietta Maria Anna Meijer.
    Henriette Maria Anna Wolterbeek- Meijer (1802-1866)
    Henriette Maria Anna Wolterbeek- Meijer (1802-1866)
    Zij krijgen zes kinderen, te weten Margaretha Johanna Christina (1829), Joan Leonard (1831), Willem Pieter (1832), Anna Henrietta (1834), Dirk Jacob (1836) en Maria Antoinette (1838), die allen in Amsterdam zijn geboren. Zoals veel gegoede randstedelingen werd hij aangetrokken door de mooie natuur in Oosterbeek. Zijn halfbroer Dirk Jacob Wolterbeek was van 1820-1827 predikant geweest in de Oude Kerk, en mogelijk heeft deze Robert Daniel op de schoonheid van Oosterbeek geattendeerd.
    Ds. Dirk Jacob Wolterbeek, predikant van de Oude Kerk te Oosterbeek
    Ds. Dirk Jacob Wolterbeek, van 1820 tot 1827 predikant van de Oude Kerk te Oosterbeek
    Zijn jong overleden echtgenote Christina Elisabeth Hooglandt (1789-1824) lag begraven bij de Oude Kerk te Oosterbeek. Een deel van haar grafsteen is bewaard gebleven en ligt ten zuiden van de kerk. Deze steen is een onderdeel van een destijds groter grafwerk met een ijzeren hek dat behoorde bij haar graf. Hij had voordien als standplaats Wamel en vertrok 3 jaar na haar dood naar Hillegom en was naderhand nog in Alkmaar predikant.
    De villa "Valkenburg" in 1845 in opdracht van Wolterbeek gebouwd op een perceel van 7 ha. tussen de latere Van Borsselenweg, de Utrechtseweg de Van Lennepweg en het landgoed "de Oorsprong".
    De villa “Valkenburg” in 1845 in opdracht van Wolterbeek gebouwd op een perceel van 7 ha. tussen de latere Van Borsselenweg, de Utrechtseweg de Van Lennepweg en het landgoed “de Oorsprong”.
    Later schrijft Robert Daniel over Valkenburg: “Het is op dat bevallige plekje, in die heerlijke omgeving, dat ik met mijn geliefde Echtgenoote en onze kinderen, gedurende vele Jaren, door Gods groote Goedheid, in Zijne altoos zoo vriendelijke natuur, het ruimste en edelste levensgenot mogt smaken”.
    Hoewel Robert Daniel zelf regelmatig op en neer naar Amsterdam zal hebben moeten reizen, lijkt het er op dat zijn vrouw en kinderen het grootste deel van de tijd in Oosterbeek verbleven, tr. (resp. 27 en 26 jaar oud) op 19 mrt 1829 Amsterdam.
 
  • Moeder:
    Henriette Maria Anna Meyer, dr. van Johan Christiaan Meijer en Margaretha Johanna Rijsendaal, geb. op 23 sep 1802 Amsterdam, ged. Luth op 29 sep 1802 Amsterdam Luth. Kerk, ovl. (63 jaar oud) op 4 aug 1866 Oosterbeek huis Valkenburg, Oosterbeek (h. Valkenburg),
    , 30 12 11: oosterbeek 1883 akten ontbreken in oosterbeek bij genver.nl.
 

tr. (resp. 27 en 21 jaar oud) op 1 dec 1859 Amsterdam
met

Maria Elisabeth van Marken, dr. van Ds. Jacob Cornelis van Marken en Petronella Alida van Voorthuysen, geb. op 23 jun 1838 Utrecht, ovl. (78 jaar oud) op 28 aug 1916 Haarlem,
, 30 12 11 overlijdensakten 1916 Haarlem ontbreken.

 

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Daan*1860 Haarlem    
Jaap*1863 Middelburg †1939 Bloemendaal 76
Jet*1865 Amsterdam †1892  26
Ada*1867 Bloemendaal    
Li*1869 Bloemendaal †1926 Doetinchem 56
Anna*1871 Santpoort-Noord †1956 's-Gravenhage 85


Dossier:

Maria Elisabeth van Marken
 
Maria Elisabeth van Marken, geb. op 23 jun 1838 Utrecht, ovl. (78 jaar oud) op 28 aug 1916 Haarlem,
, 30 12 11 overlijdensakten 1916 Haarlem ontbreken.

  • Vader:
    Ds. Jacob Cornelis van Marken, zn. van Ds. Bernardus van Marken en Maria Elisabeth de Vicq, geb. op 4 nov 1809 Hoorn, predikant, woonde Herengracht 170 Amsterdam, ovl. (76 jaar oud) op 10 apr 1886 Amsterdam, tr. (resp. 25 en 22 jaar oud) op 11 dec 1834 Utrecht.
 
  • Moeder:
    Petronella Alida van Voorthuysen, dr. van Ds. Willem van Voorthuysen en Petronella Cornelia de Wit, geb. op 18 jan 1812 30 12 11: bij genver zijn geen akten aanwezig Vreeland, woonde Herengracht 170 Amsterdam zij woonde daar vna 1855-1870, ovl. (58 jaar oud) op 6 nov 1870 Amsterdam.
 

tr. (resp. 21 en 27 jaar oud) op 1 dec 1859 Amsterdam
met

Mr. Willem Pieter Wolterbeek, zn. van Robert Daniel Wolterbeek en Henriette Maria Anna Meyer, geb. op 13 okt 1832 Amsterdam, industrieel, ambtenaar, woonde Florastraat 11 Haarlem, 443, gasfabrikant firma Wolterbeek, van Baggen & Co te Amsterdam locatie van de Gasfabriek in Tilburg, Schoolstraat Tilburg, locatie van de Gasfabriek in Tilburg, Schoolstraat Tilburg, Locatie van de gasfabriek Nijkerk gasfabriek Nijkerk,, Locatie gasfabriek Elburg Elburg, Locatie hotel Schoonoord Schoonoord, Oosterbeek, ovl. (76 jaar oud) op 4 jul 1909 Haarlem,
, bron: http://www.heemkunderenkum.nl/mensen/willem-pieter-wolterbeek-1832-1909/
Op 1 november 1866 verkoopt Taets van Amerongen “Schoonoord” aan de Amsterdamse
firma Wolterbeek & Co voor een bedrag van Fl. 27225. Het zou het begin markeren van een
Afb.6: Links, Jan Joost Carel, Baron Taets van Amerongen tot Woudenberg (1823-1895),
Commandant van het Regiment Rijdende Artillerie (bron: Collectie Antiquariaat FORUM BV, ’t
Goy-Houten). Rechts, kadasterkaart uit 1864 met rechtsonder “Schoonoord” op de kruising van
de Utrechtseweg en de huidige Pietersbergseweg. Het terrein van “Schoonoord” liep helemaal
door tot aan de huidige Annastraat en vandaar verder omhoog. Linksboven tegen de
perceelsgrens aan de door Van der Crab gebouwde ronde koepel (bron: Gelders Archief,
Arnhem, toegangsnr 0655, inventarisnr 2166).
9
onrustig jaar. Voor de aankoop werd getekend door Willem Pieter Wolterbeek, mede-firmant
in de vennootschap. Deze Willem Pieter Wolterbeek heeft een zeer intrigerende rol gespeeld
in de geschiedenis van “Schoonoord”. De familie Wolterbeek had al een langere traditie in
Oosterbeek, en was daar zeer gezien getuige ook de aanwezigheid van een Wolterbeeklaan
aan de westkant van het dorp. De eerste Wolterbeek in Oosterbeek was Dirk Jacob, die van
1820 tot 1827 predikant was in de Oude Kerk. Zijn halfbroer, Robert Daniël Wolterbeek,
koopt in 1845 het terrein van de “Koude Herberg” aan de zuidkant van de Utrechtseweg en
bouwt daar de villa “Valkenburg”. De herberg wordt schuin daar tegenover herbouwd aan de
noordzijde van de Utrechtseweg.
Robert Daniël Wolterbeek werd in 1801 in Amsterdam geboren. Hij was een veelzijdig man,
die vooral bekend is geworden als directeur (1858-1868) en later commissaris (1872-1882)
van de Nederlandsche Bank. Daarnaast was hij chef van het handelshuis Daniël Crommelin &
Zoonen te Amsterdam, lid van de Kamer van Koophandel aldaar, lid van de gemeenteraad
van Amsterdam en van de provinciale staten van Noord-Holland. Ook was hij regent van het
gasthuis te Amsterdam en lid van het College van Toezicht op de Hortus Botanicus. Later was
hij ook lid van de provinciale staten van Gelderland. In 1829 trouwt Robert Daniël in
Amsterdam met de in 1802 geboren Henriëtta Maria Anna Meijer. Zij kregen zes kinderen,
waaronder zoon Willem Pieter (1832) en dochter Anna Henriëtta (1834). Deze laatste zou in
Oosterbeek uitgroeien tot een bekende schilderes van landschappen, stillevens en bloemen.
Ondanks zijn drukke activiteiten in Amsterdam probeert Robert Daniël zoveel mogelijk in
Oosterbeek bij zijn gezin te vertoeven. Over Oosterbeek zou hij later schrijven: “Valkenburg
werd door mij in 1845 gekocht en aangelegd. Het is op dat bevallige plekje, in die heerlijke
omgeving, dat ik met mijn geliefde Echtgenoote en onze kinderen, gedurende vele Jaren, door
Gods groote Goedheid, in Zijne altoos zoo vriendelijke natuur, het ruimste en edelste
levensgenot mogt smaken”
15). Dit alles gaat goed, tot in 1866 voor hem een annus horribilis
aanbreekt.
In augustus van dat jaar overlijdt zijn vrouw Henriëtta op 63-jarige leeftijd. Zij wordt
begraven op het achterste gedeelte van de Algemene Begraafplaats aan de Fangmanweg in
een omheind familiegraf. Bij het graf wordt het woord gevoerd door de hoogleraar F.J.
Domela Nieuwenhuis, de Lutherse dominee A.J. Schröder en de Oosterbeekse predikant W.
Zegers. Robert Daniël is overmand door verdriet, en laat vastleggen dat er bij haar graf witte
rozen (Rosa Aimée Vibert16)) op halfstam moeten worden geplant. Als Sipman in 1881 de
Algemene Begraafplaats bezoekt, blijkt uit zijn sfeervolle beschrijving dat er inderdaad rozen
bij het graf staan17). Henriëtta was een vrome vrouw, die bij gelegenheden godvruchtige
gedichten schreef. Een paar jaar na haar dood geeft Robert Daniël deze gedichten uit in een
boekje, aangevuld met de toespraken die bij haar graf zijn uitgesproken18). Robert Daniël is
nog niet bekomen van dit grote verlies, als zijn zoon Willem Pieter hem in oktober komt
melden dat hij “Schoonoord” heeft gekocht. De dood van zijn vrouw en de gebeurtenissen die
zich in de loop van 1867 ontwikkelen, grijpen Robert Daniël zo aan dat hij zich in 1868 niet
herkiesbaar stelt als direkteur van de Nederlandsche Bank wegens gezondheidsklachten en
familie-omstandigheden die zijn verblijf elders vereisen.
Willem Pieter Wolterbeek werd in 1832 in Amsterdam geboren. Zoals veel zonen uit de
betere kringen kreeg hij zijn opleiding aan de kostschool “Instituut Noorthey” in Veur
(huidige Leidschendam). Zelf refereert hij later aan deze periode als “een tijd waarin hij zich
gelukkig heeft gevoeld”. Hij studeerde Rechten in Leiden, Amsterdam en Utrecht, waarna hij
zijn studie afsloot met een dissertatie over een economisch onderwerp: “Geschiedkundige
Studiën over Kapitaalverdeeling. Eene staathuishoudkundige proeve, Utrecht 1857”. Hij
trouwde in 1859 met de 21-jarige Utrechtse domineesdochter Maria Elisabeth van Marken,
met wie hij zes kinderen kreeg. Na zijn promotie vestigde Willem Pieter zich als gasfabrikant
te Amsterdam, waar hij diverse gasfirma’s oprichtte samen met zijn vennoot Nicolaas Jan
Pook van Baggen onder de naam Wolterbeek van Baggen & Co. Particuliere gaswinning ten
behoeve van straat- en huisverlichting was in de periode van 1840-1870 booming business; in
de jaren daarna werden de meeste gasfabrieken echter door de gemeenten overgenomen. In
1858 kreeg hij de concessie van de gasfabriek in Tilburg in zijn bezit. Aan dit laatste herinnert
nog de Wolterbeekstraat aan de noordrand van deze stad. In 1862 volgde de concessie in
Middelburg en in 1863 die in Tholen. In 1866 liepen de zaken echter uit de hand, wat
uiteindelijk desastreus voor Willem Pieter zou uitpakken.
Wolterbeek & Co was een vastgoedfirma die twee dagen voor de aankoop van “Schoonoord”
was opgericht door Willem Pieter Wolterbeek en Hendrik Adrianus Kampers, van beroep
architect maar tevens gasfabrikant, woonachtig te Middelburg. Behalve “Schoonoord” was
ook een eerder in 1866 door hen beiden aangekocht perceel grond in Tilburg in de
vastgoedfirma ondergebracht. In datzelfde jaar besloot de gemeente Nijkerk tot oprichting van
een gasfabriek en schreef daartoe een aanbesteding uit. De enige inschrijver was Willem
Pieter Wolterbeek en de bouw en exploitatie werden hem dan ook gegund. De overeenkomst
met de gemeente werd eind augustus gesloten, waarbij vader Robert Daniël en Kampers zich
als borg hoofdelijk aansprakelijk stelden tot de ingebruikname van de fabriek. Daarna moest
de aannemer (i.e. Willem Pieter) de gemeente recht van eerste hypotheek verlenen voor een
bedrag van Fl. 10000. De bouw van de fabriek werd uitgevoerd door de firma Wolterbeek &
Co. Het ziet er echter naar uit dat de kosten hierbij danig uit de hand zijn gelopen. Niet alleen
was de gemeente erg veeleisend, maar tot overmaat van ramp bleek er als gevolg van de hoge
waterstanden in de uiterwaarden een tijd lang geen klei voor de stenen te kunnen worden
afgegraven. Dit zorgde voor een vertraagde oplevering, waardoor Willem Pieter zelfs een
tijdlang voor petroleum-verlichting van de straten moest zorgen, waarbij hij tevens de
lantaarnopsteker in dienst moest nemen. Op 18 september 1867 werd de gasfabriek
uiteindelijk opgeleverd, hetgeen door de Nijkerkse bevolking groots werd gevierd19). En alsof
Willem Pieter al niet genoeg hooi op de vork had genomen, had hij samen met Kampers eind
1866 ook nog de N.V. “Elburgsche Gasfabriek” opgericht.
Het is niet duidelijk waarom Willem Pieter in 1866 zijn oog op “Schoonoord” heeft laten
vallen. Mogelijk heeft zijn vader hem er op geattendeerd dat Taets van Amerongen het huis
wilde verkopen. Hoe dan ook, als ondernemer ziet hij goede mogelijkheden om het gebouw
als hotel te exploiteren. Wolterbeek & Co investeert fors in “Schoonoord”: het huis wordt
grondig verbouwd en tot hotel (garni) ingericht, met maar liefst 13 bovenkamers, van alle
toenmalige gemakken (stookplaatsen, meubilair, linnengoed, etc.) voorzien en klaar om
gasten te ontvangen. Tot exploitatie van het hotel door Wolterbeek & Co is het echter nooit
gekomen.
Wat er precies is misgegaan, is niet geheel duidelijk. Het lijkt er op dat de firma Wolterbeek
& Co niet over voldoende kapitaal beschikte om zowel de bouw van de Nijkerksche
Gasfabriek als de investeringen in “Schoonoord” te financieren20). Bovendien heeft Willem
Afb.8: Links, Willem Pieter Wolterbeek (1832-1909); Rechts, Maria Elisabeth van Marken (1838-
1916). Bron: fotocollectie G.J. van Rhijn.
12
Pieter mogelijk zijn mede-gerent (bestuurder) Kampers en de commanditaire vennoten -
waaronder Kneppelhout en de Amsterdamse burgemeester Den Tex- hiervan niet bijtijds op
de hoogte gesteld, waartoe hij volgens de statuten wel verplicht was. Plotseling dreigde er een
faillissement voor Wolterbeek & Co. Hierdoor bracht Willem Pieter overigens niet alleen
zichzelf in ernstige problemen, maar ook Kampers, aangezien beiden hoofdelijk aansprakelijk
waren. Illustratief in dit verband is wellicht dat Kampers een dag voor de oplevering van de
Nijkerksche Gasfabriek bij de Credietmaatschappij in Amsterdam een persoonlijke lening van
maar liefst Fl. 30000 afsluit, waarvoor Pook van Baggen borg staat
Ook zijn er aanwijzingen
dat vader Robert Daniël financieel te hulp is geschoten. Een faillissement van Wolterbeek &
Co, of zelfs al een rechterlijk geding, zou voor de familie, laat staan voor hem als
bankdirecteur, ernstig gezichtsverlies betekenen. Vandaar dat er op 9 november 1867 door de
gerenten van Wolterbeek & Co en de firma’s Wolterbeek van Baggen & Co een minnelijke
schikking wordt getroffen. Willem Pieter staat daarbij echter geheel buiten spel. Hij had op 16
oktober voor een periode van 11 maanden al zijn bevoegdheden, zowel privé als zakelijk met
betrekking tot alle firma’s waarin hij zeggenschap had, aan zijn vader Robert Daniël
gedelegeerd. De schikking wordt aangegaan door Robert Daniël, Pook van Baggen en
Kampers. Willem Pieter is hier niet bij aanwezig, want op straffe van ontslag als mede-gerent
mag hij zich voorlopig nergens meer mee bemoeien.
Al een dag voor de schikking hadden Robert Daniël en Kampers de Arnhemse notarisklerk
Gerrit Jan Arnoldus Kok gemachtigd om als hun zaakgelastigde “in het openbaar of uit de
hand” het buitengoed “Schoonoord” te verkopen voor een prijs die deze als “geraden zal
oordelen”. Een directe koper bleek echter niet voorhanden en dus werd het goed op 27
november 1867 geveild. De inboedel, inclusief al het linnengoed van het hotel, was overigens
al op 7 november via een aparte veiling verkocht voor een bedrag van Fl. 5769,60.
Uiteindelijk werd “Schoonoord” in zijn geheel verkocht aan de hoogste bieder, Hendrik
Bernhard Wentink, eigenaar van Pension “Vredelust” in de Middachtersteeg. Het
verkoopbedrag van Fl. 16181 was een koopje vergeleken met de aankoopprijs van een jaar
daarvoor, te weten Fl. 27225.
In 1868 en 1869 werden de Tilburgse bezittingen van Wolterbeek & Co verkocht21), en in
december 1869 werd de firma geliquideerd. Willem Pieter treedt in 1869 en 1870 bij de
firma’s Wolterbeek van Baggen & Co af als gerent, maar blijft wel commanditair vennoot.
Hij verhuist eind 1867 met zijn gezin naar Bloemendaal, mogelijk omdat hij in Amsterdamse
kringen niet meer welkom was. In de daarop volgende jaren kreeg hij psychische problemen
en uiteindelijk overleed hij in 1909 in Haarlem. Zijn vader Robert Daniël, die in 1883 was
overleden, had “Valkenburg” aan zijn ongehuwde dochter, de schilderes Anna Henriëtta,
gelegateerd. Zij bewoonde het huis van 1880 tot aan haar dood in 1905. “Valkenburg” kwam
vervolgens in bezit van haar neef, de in 1869 in Nederlands Indië geboren Dirk Jacob
Wolterbeek. Anna Henriëtta had al haar onroerend goed –naast “Valkenburg” onder andere
ook de “Koude Herberg”- aan hem vermaakt. Deze Dirk Jacob en zijn anderhalf jaar oudere
zus Petronella Anna Henriëtta Maria woonden al sinds hun vroege jeugd op “Valkenburg”22)
Dirk Jacob was econoom en gehuwd met zijn volle nicht Maria Elisabeth, een van Willem
Pieters dochters. Zij waren de laatste Wolterbeken die op “Valkenburg” hebben gewoond. In
1923 werd het huis verkocht en begin zeventiger jaren werd de villa gesloopt. Een
plafondversiering uit dit huis heeft de sloop overleefd, en is te zien in het Oude Raadhuis van
Rhenen. De meeste Wolterbeken die in Oosterbeek hebben gewoond, liggen begraven in het
familiegraf op de Algemene Begraafplaats aan de Fangmanweg.
Hotel Schoonoord
De geschiedenis van “Schoonoord” als Grand Hotel is reeds elders beschreven23). Het moge
duidelijk zijn dat Wentink door het verbouwingswerk van Willem Pieter Wolterbeek in een
gespreid bedje terecht kwam. Immers, “Schoonoord” was al volledig ingericht als het hotel
dat het in de daaropvolgende 75 jaar zou blijven. In maart 1868 verhuist Wentink met zijn
gezin naar Oosterbeek. Hij heeft de zaken snel op orde. Al in juni ontvangt hij op
“Schoonoord” zijn eerste (36!) gasten, waaronder het echtpaar Van Lennep, die hij het jaar
daarvoor nog ontvangen had in zijn pension aan de Middachtersteeg. Wentink voerde in de
jaren tachtig nog enkele verbouwingen door, waardoor het hotel wat groter en luxueuzer
werd. Ook verkocht hij diverse stukken grond als kavels voor huizenbouw, onder andere langs
de Utrechtseweg en de Annastraat. Als “Schoonoord” in 1895 voor Fl. 40000 aan Theodoor
Janssen wordt verkocht, beslaat het terrein nog maar een oppervlakte van 6937 m2
, tegenover
een omvang van 18569 m2
bij de aankoop in 1867. Theodoor Janssen breidt “Schoonoord”
sterk uit met grote uitbouwen aan beide zijden: de gouden tijd van hotel “Schoonoord” is
aangebroken, een periode die abrupt zou eindigen in september 1944.

 

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Daan*1860 Haarlem    
Jaap*1863 Middelburg †1939 Bloemendaal 76
Jet*1865 Amsterdam †1892  26
Ada*1867 Bloemendaal    
Li*1869 Bloemendaal †1926 Doetinchem 56
Anna*1871 Santpoort-Noord †1956 's-Gravenhage 85


Dossier:

Jacob Cornelis van Marken
 
Ds. Jacob Cornelis van Marken, geb. op 4 nov 1809 Hoorn, predikant, woonde Herengracht 170 Amsterdam, ovl. (76 jaar oud) op 10 apr 1886 Amsterdam.

  • Vader:
    Ds. Bernardus Barend van Marken, zn. van Jacob van Marken en Adriaantje Peelen, geb. op 4 apr 1766 Weesp, ovl. (71 jaar oud) op 20 sep 1837 Hoorn, tr. (1), (ontb. door overlijden) Sara Wouters, geb. in 1763, ovl. (ongeveer 29 jaar oud) in 1792, tr. (resp. 31 en 25 jaar oud) (2) op 27 sep 1797 Hoorn.
 
  • Moeder:
    Maria Elisabeth de Vicq, dr. van Mr. Gerbrand de Vicq en Agatha Maria Kayser, geb. op 9 mrt 1772 Hoorn, ovl. (66 jaar oud) op 4 mei 1838 Hoorn, tr. (1) Mr. Lucas Merens, geb. op 11 mei 1767 Hoorn.
 

tr. (resp. 25 en 22 jaar oud) op 11 dec 1834 Utrecht
met

Petronella Alida van Voorthuysen, dr. van Ds. Willem van Voorthuysen en Petronella Cornelia de Wit, geb. op 18 jan 1812 30 12 11: bij genver zijn geen akten aanwezig Vreeland, woonde Herengracht 170 Amsterdam zij woonde daar vna 1855-1870, ovl. (58 jaar oud) op 6 nov 1870 Amsterdam.

 

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bernard*1835 Woudenberg †1850 Amsterdam 14
Petronella*1837 Utrecht †1906 Heemstede 69
Maria*1838 Utrecht †1916 Haarlem 78
Willem*1839 Utrecht †1918 's-Gravenhage 79
Lucas*1841 Woudenberg    
Catharina*1843 Dordrecht †1923 Amsterdam 80
Jacques*1845 Dordrecht †1906 Hof van Delft 60
Evert*1848 Amsterdam †1924 Hilversum 75
Jacoba*1852 Amsterdam †1892 Haarlem 39


Dossier:

Petronella Alida van Voorthuysen
 
Petronella Alida van Voorthuysen, geb. op 18 jan 1812 30 12 11: bij genver zijn geen akten aanwezig Vreeland, woonde Herengracht 170 Amsterdam zij woonde daar vna 1855-1870, ovl. (58 jaar oud) op 6 nov 1870 Amsterdam.

tr. (resp. 22 en 25 jaar oud) op 11 dec 1834 Utrecht
met

Ds. Jacob Cornelis van Marken, zn. van Ds. Bernardus van Marken en Maria Elisabeth de Vicq, geb. op 4 nov 1809 Hoorn, predikant, woonde Herengracht 170 Amsterdam, ovl. (76 jaar oud) op 10 apr 1886 Amsterdam.

 

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bernard*1835 Woudenberg †1850 Amsterdam 14
Petronella*1837 Utrecht †1906 Heemstede 69
Maria*1838 Utrecht †1916 Haarlem 78
Willem*1839 Utrecht †1918 's-Gravenhage 79
Lucas*1841 Woudenberg    
Catharina*1843 Dordrecht †1923 Amsterdam 80
Jacques*1845 Dordrecht †1906 Hof van Delft 60
Evert*1848 Amsterdam †1924 Hilversum 75
Jacoba*1852 Amsterdam †1892 Haarlem 39


Dossier:


Leendert van Rhijn
in
Genealogie van Michiel N.N. van Rijn.

Leendert van Rhijn, geb. op 20 okt 1825 ten zuiden van Waddinxveen, ovl. (19 dagen oud) op 8 nov 1825 ten zuiden van Waddinxveen.


Afgeschermd
Afgeschermd.

relatie
met

Afgeschermd , kind van Afgeschermd en Afgeschermd.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Afgeschermd Amersfoort    


Hendrik Johannes van der Vaart
in
Genealogie van Michiel N.N. van Rijn.

Hendrik Johannes van der Vaart, geb. in 1808 Utrecht, ovl. (ongeveer 65 jaar oud) op 21 feb 1873 Utrecht.

tr. (resp. ongeveer 45 en 26 jaar oud) op 2 feb 1853 Utrecht, (gesch.)
met

Antje van Rhijn, dr. van Ridderus Johannes van Rhijn en Suzanna de Bas, geb. op 24 apr 1826 Noord-Waddinxveen, ovl. (81 jaar oud) op 29 apr 1907 Utrecht, tr. (2) Jacobus Wijnbergen


Afgeschermd
Afgeschermd.

relatie
met

Afgeschermd , kind van Afgeschermd en Afgeschermd.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Afgeschermd     
Afgeschermd     
Afgeschermd     


Afgeschermd
Afgeschermd.


Jacobus Wijnbergen
in
Genealogie van Michiel N.N. van Rijn.

Jacobus Wijnbergen, geb. in 1823 Epe, wonend te Epe, ovl. Er is een overlijdensakte Zwolle 23 aug 1889, een relatie met Antje of zijn ouders staan daar niet bij.

tr. (1), (ontb. door overlijden voor 23 jun 1875)
met

Elizabeth Wilhelmina Schut, ovl. voor 23 jun 1875.

tr. (resp. ongeveer 52 en 49 jaar oud) (2) op 23 jun 1875 Utrecht, (gesch. Utrecht)
met

Antje van Rhijn, dr. van Ridderus Johannes van Rhijn en Suzanna de Bas, geb. op 24 apr 1826 Noord-Waddinxveen, ovl. (81 jaar oud) op 29 apr 1907 Utrecht, tr. (1) Hendrik Johannes van der Vaart, zn. van Jan van der Vaart en Jacoba van Slingeland


Afgeschermd
Afgeschermd.


Afgeschermd
Afgeschermd.


Afgeschermd
Afgeschermd.