Huibert Willem van Rhijn (1813 -1895)

 

 

Huibert Willem van Rhijn (IX.b) werd op 3-9-1813 geboren als 2e zoon van Arnoldus, geneesheer te Naaldwijk en Zwammerdam,later te Leiderdorp, en Adriana Johanna Pelkrnan.Arnoldus was de eerste arts in de familie van Rhijn.

 

Na zijn Medische Studie (te Leiden) vestigde H.W.zich in 1839 te Zutphen als Doctor medicinae,rnaar ook als Doctor chirurgiae et artis obstetriciae: naast geneesheer dus ook bedreven in de verloskunde en de-/ chirurgie.Hij werd hiermee de eerste chirurg in de Graafschap.

In 1842 trouwde hij met Maria Elisabeth Roelofsz.,geboren te Bloemendaal op 26 september 1823.Zij kregen 5 kinderen waarvan mijn grootvader Adriaan Johan de 3e was.

Van zijn medisch werk kunnen wij lezen in de notulen van de Geneeskundige Kring Zutphen "Iungit atque Docet" (verenigt en onderwijst),mede door hem in 1844 opgericht.Jaren was hij vice-president en president tot vlak voor zijn dood in 1895.De Kring kwam voort uit een "Leesgezelschap" gesticht in 1837.Men wilde echter meer met "de vooruitgang der geneeskundige wetenschap bekend blijven".Als doel van de Kring werd daarom geformuleerd:"De aankweeking van het vriendschappelijk verkeer tussen en de bevordering der wetenschappelijke werkdadigheid van de geneesheren der stad Zutphen en van hare omtrek".De jaarlijkse contributie bedroeg F2.50!

Kennelijk betrof het een groep geneesheren die de kwaliteit van de geneeskunde ter harte ging en ook later zich sterk maakte uniforme eisen aan artsen te stellen.

In die tijd waren er verschillende medici:de stadsheelmeesters,de vroedmeesters,de plattelandsheelmeester etc. Slechts de universitaire opleiding tot medicinae doctor etc,de opleiding aan de Militaire Geneeskundige School tot Officieren van Gezondheid waren geregeld, terwijl stadsheelmeesters en vroedmeesters op Klinische Scholen te Rotterdam en Amsterdam opgeleid werden.Voor het overige werden er geen officiŽle eisen gesteld en was er van enige inspectie in praktijk geen sprake. Holland in 1845 maakte een stormachtige ontwikkeling door na de vernederende Franse overheersing en de teleurstellende Belgische opstand.Na het aftreden van de eigengereide koning Willem I was pas in 1848 ruimte voor een nieuwe grondwet met meer democratische rechten.Ook ten opzichte van omliggende landen was er een grote achterstand in Nederland,waardoor veel armoede. In 1840 bevatte Zutphen 1403 huizen en 11.113 zielen. Een ziekenhuis:het Oude en Nieuwe Gasthuis was zowel voor zieken,als voor krankzinnigen en proveniers.Vervolgens een oude liedenhuis: Bornhof geheten, en twee weeshuizen.

De notulen van de Kring doorlezend (allen nog bewaard en heruitgegeven) werden vele nieuwe behandelingen, ook uit het ~ buitenland, tijdens vergaderingen besproken en gedemonstreerd, waarbij H.W.van Rhijn veelal chirurgische, verloskundige of kindergeneeskundige onderwerpen besprak.Als voorbeeld werd door hem in 1853 de tracheotomie beschreven, noodzakelijk voor diphtherie,waarbij een gat in de luchtpijp wordt gemaakt, een canule ingebracht, waardoor de ademhaling mogelijk bleef ondanks dat de keel door "membranen" verstopt was:een methode die tot op heden in noodgevallen van verstikking nog steeds toegepast wordt.

In 1887 beschrijft hij een methode uit een Franse tijdschrift om kinkhoest te behandelen met inblazingen van antiseptica in de neus van de patiŽnt om de verwekker:de kinkhoestbacterie te doden! In 1877 introduceert hij zijn zoon Adriaan Johan, die geneesheer is geworden te Zutphen.

Uitgebreide discussies vinden in 1848 plaats omtrent de eisen die aan de opleiding van artsen gesteld moeten worden en het toezicht op de graad van bekwaamheid.Ook elders in het land worden commissies opgericht,die dienen te rapporteren aan "Het geneeskundig congres" .Uit dit congres kwam uiteindelijk in 1849 de Maatschappij tot bevordering der geneeskunst voort. Hierbij vertegenwoordigde Dr J.N.Ramaer en Dr H.W.van Rhijn de Geneeskundige Kring te Zutphen.De Kring wordt vervolgens een afdeling van de Maatschappij,tot op heden actief in stand gebleven!

 

De grondslag voor de oprichting van de Maatschappij betrof de beheofte aan "eenheid van den geneeskundige stand".Uitvoerige en hooglopende discussies vinden plaats in de Kring tussen de leden met ieder zo'n verschillende opleidingsgraad en status.Uit eindelijk besluit men toch aan te bevelen tot "een stand van geneeskundigen" met "een graad van bekwaamheid",te toetsen door examens aan een hogeschool in den lande.

Na enkele vergaderingen kwam men tot een 9 tal aanbevelingen aan de Maatschappij betreffende de organisatie van de Medische zorg ter plekke.Een en ander leidde uiteindelijk tot de Wet op de Volksgezondheid van 1865.Men ging zelfs zover aan te bevelen (8e) "controle der geneeskunstbeoefenaren door districtsartsen om te verhoeden dat zij door te grote giften van sommige geneesmiddelen of te langdurig gebruik daarvan de hun toevertrouwde zielen nadeel toebrengen," nog steeds een actueel onderwerp! H.W. blijkt in de discussies een man van de letter (of van het woord?): hij brengt ter discussie niet (Maatschappij tot bevordering der) geneeskunst als naam te kiezen, maar der geneeskunde: hij voelt in het laatste "een ruimere zin" en een "uitdrukking der wetenschappelijke rigting".Uiteindelijk verwerpt de Kring zijn bezwaar door te stellen dat "onze tijd het verband tusschen wetenschap en kunst koestert" . In

juni 1893 "verhaalt de heer van Rhijn sr. van zijn onlangs afgelegd bezoek te Parijs aan Pasteur en zijn instituut". (H.W. was toen reeds 80!)"Door een assistent werd spreker in het laboratorium, in de stallen enz. rondgeleid en met de meeste bereidwilligheid ingelicht".Ook zijn zoon A.J. bezocht Parijs tijdens zijn studie.Van zijn hand zijn nog collegedictaten met patientbeschrijvingen in mijn bezit.

In juli 1895 overlijdt H.W.van Rhijn.In de vergadering van augustus 1895 i "noodigt de vice-voorzitter van Dissel de leden op te staan en wijdt 1 daarop enige gevoelvolle en waarderende woorden aan de nagedachtenis van , de onlangs overleden voorzitter,H.W.van Rhijn,den laatst overgebleven stichter van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering de Geneeskunst".

 

Aat van Rhijn (XIIId.), kinderarts

 

litt."Iungit atque Docet" gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de Geneeskundige Kring Zutphen door Th.Flohil- Verschuur,arts en F.Schreuder,arts.